Januari 2026

Psalm achtenvijftig (deel 2)

Ik hou van ze allebei. Ik wil met ze praten, maar ze zijn er niet. Ik ben er ook niet. Ik ga naar binnen en verstop me tussen de kast en de muur. Ik eet vier perziken. Het sap loopt langs mijn mondhoeken en drupt op de grond. De stenen doe ik in de verkreukelde papieren zak. De laatste, meest gekneusde perzik leg ik boven op de kast, naast de vaas met zonnebloempjes. Kahlil komt binnen. Hij vraagt waar ik blijf. Ik zeg niets. Hij heeft het over een opblaasboot. Hij pletst dichterbij, strompelt onhandig omwille van de zwemvliezen en laat bijna zijn telefoon vallen. Hij vraagt wat er scheelt, waarom ik ben weggelopen. Hij legt zijn hand voorzichtig op de zonnebloem. Zijn smartphone gaat af. Hij neemt op en zwijgt. Hij huilt. Hij kijkt me aan en zegt: Rachid is …

Lees meer »

Psalm achtenvijftig (deel 1)

Pesjawar. Pakistan. Ik ben er niet, maar mijn tatoeage wel. Ik verstop ze tussen de kast en de muur. Voor de kast ligt een handgeknoopt, Perzisch tapijt. Bovenop heb ik de laatste perzik gelegd, naast de vaas met gele bloemen. De vaas, realiseer ik mij plots, heb ik daar gezet om de aandacht af te leiden. Kahlil zal zich vast afvragen waarom de perzik en de vaas bij elkaar horen. Buiten roept een muezzin nerveus op tot gebed. Ik verdwijn tussen de kast met fijnmazige deuren en de olijfkleurige muur.

Lees meer »

De cavia's komen uit de kast

Reinaert de Vos en Jan Konijn waren de meest onwaarschijnlijke vriendjes in het Grote Bos. Ze vertrouwden elkaar blindelings. Op een dag was Jan op bezoek bij Reinaert. Er lag iets op zijn maag.

Lees meer »