De preek van Joeri deugt niet, maar Patricks gesprek met Nico doet wel deugd.
***
Na de dienst bleven veel kerkgangers plakken voor nog een kop koffie of thee. Soms waren er koekjes of had iemand oliebollen of cake gebakken. Na het laatste lied zette Nico zijn gitaar op de standaard en hij sloeg zijn boek met partituren dicht. Met de zwier van een zwaan bewoog hij zich naar de toog achteraan, flitsend tussen de gemeenteleden die zich als aasgieren op de oliebollen hadden gestort. Hij botste op Patrick.
“Goed gespeeld,” zei die. “Geen freejazz.”
Nico grijnsde. “Bwah,” zei hij. “We hebben de meubelen gered. Pièrre freewheelde er zoals gewoonlijk goed op los, moet ik zeggen.”
“Niks van gemerkt. Maar ik hoor het ook niet. Wat was het probleem?”
“Freejazz,” antwoordde Nico met een twinkel in zijn ogen.
Patrick schoot in de lach. “Zo erg was het toch niet? Ik ben wel efkes buiten moeten gaan, hoofdpijn. Te veel prikkels. Misschien lag het daaraan.”
“Het is gewoon niet altijd evident hem bij te houden. Hij zet verkeerd in, wisselt halverwege van tempo en gaat soms zomaar de improvisatietour op. Soms moet ik op mijn blad kijken of we nog wel hetzelfde lied aan ‘t spelen zijn. En dan wissel ik een blik met Johannes en we proberen hem wat in te tomen, maar … Lastig. Wat vond gij eigenlijk van de preek?”
“Ook freejazz,” antwoordde Patrick.
“Wat bedoelt ge?”
Patrick zuchtte diep. “Gij vroeg daarstraks of ik gitaar wilde spelen en ik zei nee omdat ik niet kan spelen. Ik krijg geluid uit uw gitaar, lawaai, maar het trekt op niks.”
“Dat ontken ik niet, beste vriend. Dat ontken ik niet,” zei Nico glimlachend.
“De Bijbel,” ging Patrick verder, “is ook een instrument dat ge moet leren bespelen. Er zijn regels over hoe ge de Bijbel juist gebruikt, over hoe ge een passage interpreteert. Hermeneutiek. En vandaag … Met de voeten getreden. Joeri krijgt wel geluid uit zijn Bijbel, maar het trekt op geen fluit. En het kwam binnen. Ik was bijna vertrokken, maar omdat het Joeri was, ...”
“Was het zo erg?”
“Voor de samenkomst kwam Régine bij mij met krak hetzelfde. En ze bedoelt het goed hé, daar niet van, maar ze floept er wat uit en ze weet niet wat ze zegt. Maar Joeri …” Patrick zuchtte nog een keer. “Ik ga niet zeggen dat het expres was, maar als ge op een podium zegt dat iemand na jaren nog altijd ziek is omdat hij niet hard genoeg gezond wil worden, dan hebt ge daar over nagedacht. En is ‘t dan zo zot dat het mij raakt?”
Nico wist niet goed wat hij moest antwoorden, maar hij wist wel dat Patricks reactie zo gek nog niet was.
“Weet ge wat het probleem is?" ging Patrick verder. "Joeri leest zijn Bijbel alsof gij geen noten of akkoorden zoudt kunnen lezen als ge muziek speelt. En hij hoort niet dat het vals klinkt. Hij is virtuoos bezig, denkt hij. Maar het enige wat ge krijgt is theologische freejazz. Chaos. Vierenveertig losse gedachten door elkaar en als er toch ergens min of meer een akkoord klinkt, drie gedachten die op elkaar aansluiten, is ‘t vals.”
“Is dat niet wat hard?”
“Hard? Weet ge wat hard is? Zeggen dat ik niet wanhopig genoeg ben en niet depressief genoeg. Dat ik te goed omga met mijn ziekte. Dat het mijn schuld is dat ik nog altijd ziek ben. Dat is hard. En de Bijbel zegt dat gewoonweg niet. Ga ik hem van ongeloof beschuldigen of van gemakzucht of van te goed omgaan met zijn ziekte omdat hij een bril draagt? Van zo een kortzichtigheid word ik kwaad. Gloeiendste kwaad. En dan nog niet eens om mij, maar er zijn nog zieken. En voor hen ... Ik weet het niet, Nico. Wat moet ik doen?
“Het zit precies diep,” zei Nico.
“Ja, het zit diep, Nico. Het is al moeilijk genoeg en dan zo ne preek? Kom ik daarvoor nog naar de gemeente, om beledigd te worden door Régine en om onterecht beschuldigd te worden? Het kost mij veel om hier te zijn, ze vriend." In Patricks oog welde een traan op. “Ik weet niet of ik mij hier nog echt thuis voel, Nico, echt niet. Ware het niet van u en nog een paar anderen.”
“Hebt ge ‘t er al met Joeri over gehad?” vroeg Nico.
“Hebt gij er al met Pièrre over gesproken, over zijn muzikale escapades?”
“Het heeft geen zin. Wij moeten volgen want hij is juist, zegt hij.”
“Geen ziekte-inzicht, feitelijk. Of toondoof.”
Nico knikte.
“Joeri ook. Bijziend. Als ik kon, ik zou hem een bril kopen, maar hij wil hem niet. Hij ziet het goed. De gemeente zou het nochtans kunnen gebruiken.”
Nico sloeg zijn arm om Patricks schouder. “Het is niet simpel, hé, vriend.”
Patrick schudde zijn hoofd. "Het is niet simpel."
“Maar weet ge wat gij nu kunt gebruiken?
Patrick schudde nogmaals het hoofd.
“Freejazz en een oliebolleke,” zei Nico.
***
Einde
Voor de Bijbelse achtergrond bij dit verhaal: klik hier.
Reactie plaatsen
Reacties