Jezus' stamboom doet stof opwaaien (4)

Gepubliceerd op 16 januari 2026 om 17:44

Nadines afkomst heeft onverwachte gevolgen voor haar zoon. 

***

Naömi lag en bed en kon niet slapen. Steeds weer dacht ze aan het gesprek van daarnet.

“Ik ben zo bang,” had Eline gezegd. “Gisteren hebben ze bij Sam een DNA-test afgenomen.”

“Maar waarom? Is daar reden toe dan?”

“Nadine was van een tweeling, dat weet ge, maar haar broerke stierf bij de geboorte. Ze heeft nooit geweten door wat of hoe, maar gisteren moest ik dringend bij haar komen.”

“Nee.”

“Jawel en … Bon, lang verhaal kort. Sam moest zich laten testen op genetische afwijkingen.”

“Genetische afwijkingen? Maar waarom? In zijn familie zijn er toch geen genetische ziektes? Toch niet dat ik weet, maar waarom …”

“Wel, houd u vast.”

Dat had ze gedaan en het was nodig geweest ook. Anders was ze van haar stoel gevallen. Eline vertelde wat Nadine allemaal had verteld.

“... En dat tweelingbroerke van mijn schoonmoeder,” besloot ze, “had een hartafwijking. Genetisch bepaald.”

“Ge denkt toch niet dat Sam …”

“Nee, dat niet. Hij heeft het niet. Maar hij kan het wel doorgeven.”

“Ja.”

“En het is via die Charles de Ladingskes van Schampavie dat eh, ge weet wel.”

“Ja. Sam is zijn kleinzoon.”

“Jawadde zeg,” had ze gezegd. “En nu?”

“Ja, afwachten. Bidden. Ik weet niet wanneer we de uitslag gaan krijgen. Er zijn een hele hoop dingen die ze willen controleren, want met die inteelt in die adellijke kringen enzo, ge weet het niet hè.”

Ze hadden enkele minuten gezwegen en in het haardvuur gestaard.

“Wat gaat ge doen als ‘t niet goed is?” vroeg ze toen.

“Geen kinderen zeker, ik weet niet.” 

Eline was in huilen uitgebarsten. Ze wilden zo graag kinderen, zei ze, zo graag. Sam ook. En nu, door heel dat spel met diene graaf of baron of weet-ik-veel, was alles naar de vaantjes. Hun hele toekomst.

Ze had Eline goed vastgepakt en haar een dikke knuffel gegeven.

“Het zal wel meevallen,” had ze gezegd. “Niet panikeren.”

Naömi staarde in de duisternis van haar kamer. Ze geloofde haar eigen geruststellende woorden niet. Nadine vertelde ook dat de baron zelf een doodgeboren tweelingbroertje had. Hij had nooit geweten wat het was geweest, maar toen hij hoorde van Jürgen, viel zijn frank. Ze mocht er niet aan denken dat het haar zou overkomen. Wat zou ze doen? Zou ze het risico nemen om mogelijk een misvormd of een ziek-van-bij-de-geboorte-kind op de wereld te zetten? Arme Eline.

Naömi's gedachten dwaalden af naar enkele jaren geleden, toen zij en Sam een koppel waren. Voor hetzelfde geld stond zij in Elines schoenen. Ze hadden het toen ook over kinderen gehad en over hoeveel en welke kleur van ogen ze zouden moeten hebben. Zij van blauw het mooiste, hij kastanjebruin, maar over blauw gesproken. Er stroomde dus blauw bloed door Sams aderen. Hij was technisch gezien van adel. Zou hij dan niet een en ander moeten erven? Misschien zat er ook wel een positieve kant aan dit verhaal. En misschien moesten ze toch niet uitgaan van het slechtste. Die test kon alle kanten uit.

 

Lees het vijfde deel hier.


Voor de Bijbelse achtergrond bij dit verhaal: klik hier.


Rating: 0 sterren
0 stemmen

Reactie plaatsen

Reacties

Er zijn geen reacties geplaatst.