Nadine ontdekt hoe de vork aan de steel zit.
***
Nadine had het kaartje trillend in haar handen. “Wie is,” vroeg ze, “wie is Charles de Lalaing van Montigny? Toch niet de baron van op het kasteel?”
Gaby sloeg haar blik naar beneden en tastte naar de hand van Georges.
“En hoe is het mogelijk dat Jurgen en ik …” Nadine slikte en veegde een traan weg. “Dat Jurgen en ik niet van pa zijn?”
“Liefje,” zei Georges. “Ik heb je altijd als van mij … Het feit dat ge nu zo overstuur zijt is toch het beste bewijs?”
Hij schoof zijn hand over de tafel tot waar Nadine er bij kon, maar Nadine greep de hand niet.
“Hoe hebben jullie dat al die jaren kunnen verzwijgen? Ik … Mijn leven is een leugen.”
“Maar liefje …”
“Ik ga niet weg voor ik een antwoord heb.” Nadine schudde heftig het hoofd. “Nee. Vertel me nu gewoon de waarheid. Gewoon zoals het is. Ik wil het weten.”
Georges zuchtte. Gaby trok haar schort wat meer in de plooi.
“Het is niet wat ge denkt dat het is,” zei Gaby.
“En wat denkt ge dat ik denk dat het is?”
“Dat ik met die van ‘t kasteel,” antwoordde Gaby, “een avontuurtje heb beleefd toen ik pa al kende, enfin toen we al kennis hadden. Maar dat is niet waar.”
“Ge waart dan al getrouwd? Nog schoner!”
“Nee, Nadine,” zei George. “Laat uw moeder nu toch ne keer vertellen.” Het klonk scherper dan hij bedoeld had, maar het sorteerde toch effect.
“Charles … Meneer de baron. Toen hij jong was, en ik ook, ging ik op ‘t kasteel kuisen. Op een dag waren hij en ik helemaal alleen en hij had al laten merken dat hij mij wel zag zitten. Moet ik er een tekeningetje bij maken?”
Vele vragen drongen zich tegelijkertijd aan Nadine op. Waarom stond die vuilak op dat geboortekaartje? Wist pa van de zwangerschap? Op de duur toch wel? Waarom is hij dan toch met haar getrouwd? Wist hij dat het niet van hem was? Ze hadden haar altijd wel verteld dat ze van moeten getrouwd waren, maar hoe zat nu de vork aan de steel?
“Charles heeft mij … Verkracht is niet het juiste woord, denk ik. Ik wist niet wat er gebeurde. Ik was ocheere achttien jaar. Ik wist niet waar de kindjes vandaan kwamen. Maar hij zei wel dat ik aan niemand mocht vertellen wat er was gebeurd.”
“Maar ge waart zwanger.”
“Ja. En na nen tijd begint ge dat wel te zien. Charles wist dat het van hem was en hij beloofde zijn vader in te lichten en dan zouden we trouwen en daarmee was de zaak opgelost.”
“En pa dan?”
“Charles had veel spijt van wat er was gebeurd,” zei Gaby. “Veel spijt. En ik geloofde hem. En ik heb het hem tegen zijn vader, de oude baron, horen zeggen, wat hij van zin was. Geen sprake van, zei de de oude baron, geen spra-ke van. Onze goede naam en patati en patata. Nee. Dat meiske krijgt haar ontslag en een paar goeie referenties en als ze uitgezwangerd is, kan ze ergens anders beginnen. Ik hoor het hem nog zo zeggen.”
“Maar ma! En gij hebt u zomaar laten doen?”
Het was even stil. Gaby slikte haar tranen weg.
Lees het zesde de deel hier.
Voor de Bijbelse achtergrond bij dit verhaal: klik hier.
Reactie plaatsen
Reacties